GRATIS GELD VOOR IEDEREEN
Zou het werken?

Als er één wild idee over de tongen gaat tegenwoordig, dan is het wel het algemeen onvoorwaardelijk basisinkomen. Niet iedereen is even enthousiast, maar zij die er wél warm voor lopen, zien het als een opportuniteit om heel wat aspecten van het leven – en vooral ons ‘samen’leven – te verbeteren. Wij buigen ons niet over de betaal- en haalbaarheid van het idee, maar wel over de vraag: een basisinkomen invoeren, wat doét dat met een mens?

"Haalt een onvoorwaardelijk basisinkomen het slechtste in de mens

naar boven of het beste? De experimenten die met het basisinkomen zijn gebeurd, komen er keer op keer op uit dat het positieve mensbeeld dichter bij de werkelijkheid staat dan het negatieve."

“If you keep on doing what you’ve always done, you will keep on getting what you’ve always got”, zei good old W.L. Bateman al. Wie verandering wil, zal ooit een wild idee moeten toelaten in zijn hoofd. Iets wat misschien bij de eerste aanblik waanzinnig klinkt. Het idee van het onvoorwaardelijk basisinkomen, bijvoorbeeld. Wat als we op een dag allemaal zeg maar 1000 euro per maand op onze bankrekening gestort kregen, zonder voorwaarden, zonder controle, tot het einde van onze dagen? Voldoende om aan de elementaire levensbehoeftes te voldoen. Een bedrag dat je naar eigen goedkeuren kunt aanvullen met andere inkomens.

Wat zou dat aan je leven veranderen? We hoeven de vraag maar te stellen, de antwoorden stromen binnen. Nele en Svitlana zouden meer vrijwilligerswerk doen, zeggen ze meteen. Nele zou ook een eigen winkeltje openen met kinderkleren die ze nu al in haar vrije tijd ontwerpt. Kristel zou minder maar zeker nog werken, en de tijd die vrijkomt besteden aan nieuwe projecten bedenken, creatief zijn, bijleren. Maarten zou meer tijd aan zijn zoon willen besteden, nu hij gescheiden en co-ouder is, en hij zou als zelfstandige alleen die opdrachten kiezen die hij ook echt graag wil doen. En Tim zou niks aan zijn leven veranderen, maar wel rustiger slapen in de weet dat hij back-up zou hebben ‘in geval van’.

 

Oude ideeën voor nieuwe tijden

Het idee van een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen is niet nieuw. Zo’n 200 jaar geleden draaide het idee al rondjes in het brein van filosoof Thomas Paine en in ons land was het 20 jaar geleden al een van de belangrijkste ideeën in het programma van de opkomende politieke partij Vivant. Maar sinds 2014 lijkt het idee echt momentum te krijgen en de laatste tijd vliegen de voor- en nadelen van het basisinkomen massaal door de ether. Het thema beroert de gemoederen. Het maakt ons argwanend of op z’n minst kritisch, maar ergens ook enthousiast en hoopvol. In deze soms niet zo blije tijden van crisis, stress, burn-outs en werkloosheid lijkt het voor sommigen een poort te openen naar vernieuwing. “Mensen die toekomst zien in het idee van het basisinkomen, hebben doorgaans een positief mensbeeld en zijn er ook van doordrongen dat de wereld toe is aan radicale verandering”, zegt Rutger Bregman, historicus en auteur van Gratis geld voor iedereen, het boek dat het debat rond het basisinkomen aangezwengeld heeft. “Eén van de belangrijkste redenen waarom het idee plots zo populair is, lijkt me dat veel mensen vastzitten in banen waar ze zelf de zin niet zo van inzien. De Amerikaanse antropoloog David Graeber noemt het bullshit-jobs, jobs die mensen eigenlijk zelf overbodig en nutteloos vinden. Ze steken er hun dagen in, terwijl ze eigenlijk liever meer tijd zouden willen besteden aan andere zaken, zoals zorg, vrijwilligerswerk, familie, kinderen, zelfontplooiing, ondernemerschap… Uit recent online onderzoek blijkt dat maar liefst 37% van de Engelsen inderdaad vindt dat hij zélf een bullshitjob heeft. Meer dan één op drie ziet het nut niet echt in van zijn werk! Zo bekeken, zouden we dus een derde minder kunnen gaan werken, zonder dat we er maatschappelijk aan zouden verliezen.”

 

Zinvolle vrije tijd

Terwijl we officieel aangespoord worden steeds meer en langer te werken, wijzen andere tendensen juist op de tegengestelde beweging. Door de toenemende digitalisering, robotisering en het outsourcen van activiteiten, ziet het ernaar uit dat er steeds minder werk voorhanden zal zijn en dat het dus ook nuttig is om ons af te vragen wat we met die vrije tijd willen doen. Iets wat niet iedereen graag hoort, want er is ons altijd een beetje angst aangepraat voor al te veel ‘leegte’ in het leven. “Er is reden om te vrezen dat vrije tijd – gedwongen vrije tijd – slechts verveling, luiheid, immoraliteit en geweld teweeg zal brengen”, waarschuwde ook de politicoloog Sebastian de Grazia al in de jaren ’60. “We zijn opgevoed in een filosofie van arbeidsethos en weinig mensen kunnen de knop omdraaien”, zegt Roland Duchâtelet, ondernemer die in de jaren ’90 al opkwam voor het basisinkomen met zijn partij Vivant. “Op dit moment zetten we ‘werken voor een inkomen’ nog op de eerste plaats en ‘als het kan’ hopen we er een zinvolle tijdbesteding in te kunnen zien. De idee van een basisinkomen verplicht ons anders over arbeid en verloning na te denken en beide concepten ook los te kunnen zien van elkaar. Een basisinkomen is een vrijheidsinkomen: je bent niet meer ‘verplicht’ om te werken om als een volwaardig lid van een maatschappij te worden beschouwd. Arbeid wordt een keuze, waardoor we meer geneigd zullen zijn te kiezen voor iets wat we graag doen. Op die manier appeleert het basisinkomen aan een gevoel van vrijheid en ontvoogding – en kan het een stap zijn naar geluk. De geluksnorm zal de BBP-norm als maat voor welvaart vervangen.” “Mij gaat het niet zozeer om het gelukkige leven,” zegt Rutger Bregman dan weer, “maar om het goede leven. Als een dierbare is gestorven en je kunt tijd maken om de begrafenis te organiseren, dan is dat niet iets wat je per se gelukkig maakt. Geluk lijkt me niet het goede woord. Mensen willen er goede dingen mee doen, ze willen een rijk leven en daar horen vele dingen bij. Niet alleen vrolijk je ding doen, maar kunnen kiezen voor een waardevol, rijk leven.”

 

De kracht van het arbeidsethos

Het basisinkomen gaat als idee gepaard met het woord ‘onvoorwaardelijk’ en dat heeft zijn reden. Het grote verschil met bestaande uitkeringen is dat het geld iedereen wordt gegeven, zonder voorwaarden, zonder controle, zonder connotaties van ‘afhankelijkheid, luiheid, noodzaak of pech’. Zo bekeken appeleert de nieuwe verdeelsleutel aan waarden als transparantie, eenvoud, vrijheid en gelijkheid. “Het gelooft in de kracht van het individu en niet in bevoogding en betutteling”, zegt Rutger Bregman. “Het gaat ervan uit dat mensen zelf weten wat goed voor hen is. Dat lijkt me een liberaal idee. Tegelijk zegt het dat de mensen daar dan wel de middelen toe moeten krijgen en dat we daar heel ver in kunnen gaan, zelfs de armoede kunnen uitroeien. Dat lijkt me dan weer links.”

Een ideologie die links en rechts verzoent dus, en toch is niet iedereen zomaar overtuigd. “Ik denk dat het idee aanhang kan vinden bij zo’n 5 à 8 procent van de bevolking”, zegt Hans De Witte, arbeidspsycholoog aan het KULeuven. “Het sluit aan bij de aspiraties van een beperkte groep, ik zou zeggen alternatieve, hooggeschoolde jongere mensen. Vanuit de idee: ik kan eindelijk eens gaan doen wat ik wil, zonder dat ik daarin door anderen gestuurd word. Uit onderzoek rond werkloosheid weten we dat enkel een kleine groep jongere hooggeschoolden positief met werkloosheid weet om te gaan en er een zinvolle invulling aan kan geven. Je eigen tijd structureren en je eigen activiteiten ontplooien vraagt bepaalde capaciteiten. Het is niet zo evident, deels ook omdat we niet in een maatschappij leven die dat ondersteunt en aanvaardt. Uit de Europese waardenstudie weten we dat in België het arbeidsethos nog leeft: het gevoel dat je moet werken om geld en waardering te krijgen. Voor wat hoort wat. Dat gevoel is niet extreem hoog, maar het is in tien jaar tijd wel niet afgenomen en we zien het zelfs weer iets stijgen bij de jongeren in ons land. Ook niet-betaald werk kan natuurlijk naar waarde worden geschat, alleen ervaart de gemiddelde mens dat niet zo. We zien arbeid als betaald werk. We kunnen het begrip arbeid natuurlijk herdefiniëren, maar dat lijkt me zeer utopisch en een werk van lange adem. Een cultuur verander je niet zomaar.”

 

Hoopvolle experimenten

De ene mens denkt dat een basisinkomen het beste in de mens naar boven haalt, de andere vreest het slechtste. “Dat is een ideologische discussie die we kunnen blijven voeren”, zegt Rutger Bregman. “Het hangt af van het mensbeeld dat je hebt. En toch, de experimenten die met het basisinkomen zijn gebeurd, komen er keer op keer op uit dat het positieve mensbeeld dichter bij de werkelijkheid staat dan het negatieve. We hebben lang een mensbeeld gehad dat de mens intrinsiek lui is, niet te vertrouwen, dat hij geprikkeld moet worden met honger of angst, voor hij in gang schiet. Maar steeds meer mensen beginnen in te zien dat we juist intrinsiek creatief zijn en iets willen bijdragen, vanuit onszelf. Als we daar ook de middelen én de tijd voor krijgen, gebeuren er vanzelf mooie dingen.”

Experimenten in India en Namibië, maar ook in de Verenigde Staten en Canada, laten zien dat mensen het gekregen basisinkomen niet gebruiken om op hun lauweren te rusten of – zeg maar – alcohol te kopen, maar dat er zinnige dingen mee gedaan worden met positieve gevolgen voor de gemeenschap. De armoede, criminaliteit en ziekenhuisopnames dalen, de economische activiteit stijgt, kleine projecten en zaken worden opgestart, er wordt geïnvesteerd in beter werkmateriaal, de gezondheid van kinderen gaat erop vooruit en vrouwen worden empowered. De meeste studies laten zien dat het basisinkomen de werkethiek niet aantast.

Maar er is dus zeker nog meer onderzoek nodig. Nederland lijkt hier op dit moment het voortouw in te nemen: daar zitten dit najaar vier gemeenten rond dit thema rond de tafel met de staatssecretaris. Ook de nieuwe Finse regering overweegt het basisinkomen in te voeren om gebieden waar grote werkloosheid heerst een nieuw elan te geven. “Laten we het gewoon op kleine schaal uitproberen”, concludeert Rutger Bregman. “Laat steeds meer mensen maar beginnen twijfelen aan de vraag of waar we mee bezig zijn, wel zo logisch is. Of de manier waarop we onze economie hebben ingericht echt wel de beste is voor ons. Laat ons weer de vraag stellen: wanneer draag je echt iets bij aan de samenleving, wat is écht productief? Ik ben er zelf van overtuigd dat als je anders gaat nadenken over wat je persoonlijke en maatschappelijke doelen zijn, je met een basisinkomen een veel beter economisch systeem kunt krijgen. Maar we zullen zien. Laten we er volop mee experimenteren en dan oordelen wat het geeft!”

Meer lezen: Gratis geld voor iedereen, Rutger Bregman, De Correspondent.

 

Daklozen in actie

In Londen werd in 2009 een experiment gedaan met dertien daklozen. Die hards die al zeer lange tijd op straat leefden en de gemeenschap elk jaar zo’n 400.000 pond kostten (opvolging, vervolging, verzorging, opvang, voedselbonnen, gaarkeukens,…). Omdat het zo niet langer kon, besloot een lokale hulporganisatie elk van hen bij wijze van experiment gratis geld te geven. 3000 pond, contant en zonder voorwaarden. De enige vraag die ze meekregen was: wat denk je zelf dat goed voor je is? Conclusie? Niemand gooide zijn geld weg aan alcohol of drugs. De daklozen gingen er in tegendeel bijzonder voorzichtig mee om: na een jaar hadden ze gemiddeld 800 euro uitgegeven. Na anderhalf jaar hadden zeven van de dertien mannen een dak boven hun hoofd en hadden ze levenveranderende beslissingen genomen: ze kickten af, knoopten weer aan met hun familie, volgden cursussen, leerden koken en werkten aan hun toekomst. Kostprijs: 50.000 pond, de verloning van de hulpverleners inbegrepen. De algemene conclusie (ook in The Economist): de meest efficiënte manier om geld te besteden aan daklozen, is… het hen gewoon te geven.

Bron: Gratis geld voor iedereen, Rutger Bregman, De Correspondent.

 

Tekst: Anne Wislez

Dit artikel is verschenen in: Psychologies magazine, oktober 2015

 

VOOR HET VOLLEDIGE GESPREK MET RUTGER BREGMAN: KLIK HIER

 

 

Sarah: “Veel mensen doen nuttige dingen zonder ervoor gevalideerd te worden”

 

Sarah Van Liefferinge (33) noemt zichzelf Gentse piraat voor de Piratenpartij en wordt zelf happy van het onvoorwaardelijk basisinkomen. “Nieuwe tijden vragen nieuwe antwoorden. We zien een toename van globalisering, digitalisering, automatisering, werkloosheid, ongelijkheid,… Dat creëert een onzekerheid en stress die ons duur komt te staan. Er zijn steeds meer mensen die in een voortdurende onzekerheid leven over hun toekomst, het zogenaamde precariaat : de interimmers, flexwerkers, kleine zelfstandigen, kunstenaars, onafhankelijke studenten, werklozen, werkende armen, mensen met een klein pensioen, ambtenaren zonder vaste benoeming, mensen die onverwacht ziek worden,… Een groep mensen die zich verbonden voelen door het risico op plotselinge armoede. Er is dus nood aan een nieuwe verdeelsleutel, maar ook aan een andere kijk op zinvol leven, met minder zieken, depressies en burnouts en meer ruimte voor vrijwilligerswerk, ondernemerschap, zelfontplooing en onderlinge zorg. De basisvraag is: moéten we wel steeds meer en langer werken en mensen aanzetten tot steeds meer kopen op krediet, of durven we kiezen voor welzijn? Het basisinkomen betekent zeker niet dat we minder zouden doén: arbeid is niet alleen een economisch product, maar ook een manier op jezelf te ontplooien, om bij te dragen aan een fijne samenleving. Op dit moment zijn er veel mensen die nuttige dingen doen, maar er nauwelijks voor gevalideerd worden. Het basisinkomen zou hieraan iets kunnen veranderen.”

Frans: “Ik ben niet het type om met mijn basisinkomen lui op de bank te gaan liggen!”

 

Frans Kerver (53) krijgt als eerste Nederlander een jaar lang een gratis basisinkomen. “Een groepje mensen is, naar aanleiding van een gelijkaardig Duits initiatief, met een project gestart om op basis van crowdfunding mensen te loten die een jaar lang een gratis basisinkomen krijgen. Ik ben de eerste gelukkige. Sinds juli krijg ik een jaar lang elke maand 1000 euro gestort. Er gaan in Nederland best wat experimenten van start, maar die vertrekken allemaal vanuit de bijstand. Het basisinkomen is niet een andere soort uitkering. Het is bedoeld als radikaal andere manier om de sociale zekerheid te organiseren. Zelf hou ik niet van de idee van liefdadigheid: iemand is zielig en krijgt geld. Het mooie aan het basisinkomen is dat het iets is wat mensen elkaar gunnen.

Ik ben tekstschrijver en communicatie-adviseur, maar ben ook de oprichter van Tuin in de stad, een sociale onderneming. Een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en van daaruit waardevolle initiatieven kunnen laten ontstaan. Daar kruipt veel tijd in en het rendeert nog niet. Ik wil mijn basisinkomen gebruiken om na te denken over hoe ik dit initiatief renderend kan krijgen. Ik ben iemand die normaal dag en nacht werkt, het zit zeker niet in mijn aard om op de bank te gaan liggen. Ik kan me inbeelden dat iemand die moe gewerkt is bij het krijgen van een basisinkomen eerst wil rusten. Maar dat lijkt me juist kostenbesparend. Er zijn nu voor het eerst in ons land meer mensen ziek door psychische problemen dan door fysieke. Dat is een signaal. Initiatieven als het onze zijn gezond voor de geest. Ik sta achter het basisinkomen omdat het mensen de kans geeft om rustiger te leven, waarden na te streven, meer contact met elkaar te hebben. Is het niet de moeite waard om te onderzoeken wat dat doet met een mens?”