"Westerse vrouwen kunnen de wereld veranderen"

Zegt de dalai lama.

En ik denk dan zo: hm, als dat waar is...

wanneer beginnen we er aan? :-)

Meer dan 25 jaar werk ik al in de vrouwelijke pers en om één of andere reden is me altijd ingepeperd geweest dat vrouwen ‘niet bezig zijn met de maatschappij’. Onze magazines schreven altijd over mode, beauty, recepten, de kinderen, de relatie en het interieur. De klassieke ‘persoonlijke sfeer’. De publieke sfeer was iets voor kranten en opiniebladen, traditioneel een meer mannelijk bastion.

Toen ik als prille journaliste mijn allereerste interview ever deed met de Britse schrijfster Germaine Greer in het Kraznapolski Hotel in Amsterdam – voor het toen nog (!) baanbrekende en emancipatorische weekblad Flair, ik spreek over eind jaren ’80 – en ik het bij het uittikken in mijn tekst durfde te hebben over Thatcherism, kreeg ik vriendelijk de wind van voren van de hoofdredacteur dat we geen krant waren, en het interview werd uiteindelijk niet gepubliceerd.

 

Helemaal kwalijk kan ik het die hoofdredacteur niet nemen, want zelfs nu, zo’n 25 jaar later, merk ik, wanneer ik toch wel markante zaken post op mijn Facebook-pagina – over de bankencrisis, de arrogantie van de macht, de ongezonde voeding die ons zonder verpinken in de maag gesplitst wordt en de onrustwekkende clausules in de Europese wetgeving rond gezondheid – dat steeds dezelfde 5 à 10 mensen hierop reageren. De meer dan 500 andere Facebookvrienden, waaronder het grootste deel vrouwen, scrolt bij dit soort berichten blijkbaar snel verder om uitgebreid aandacht te besteden aan een stel katten dat van de zetel dondert – filmpjes waar ik anders zelf ook hartelijk om mag lachen, daar niet van.
Cats rule the world! :-)

 

Maar het laat me wel steeds weer achter met de vraag:

hallo, vrouwen…? Waar zijn jullie?!

Waar is jullie stem over zoveel thema’s die jullie – meer dan wie ook – zouden moeten aanbelangen? Als we dan toch zogezegd alleen maar bezorgd zijn om Kinder und Küche, dan openen die twee domeinen alleen al een bende maatschappelijke thema’s waar vrouwen zich door aangesproken zouden ‘moeten’ voelen.

Eigenlijk zou de hele wereld out there vrouwen moeten aanbelangen, want het is tenslotte die wereld waarin ze hun bloedjes van kinderen neerzetten. Als vrouwen van traditie instaan voor het geluk en de gezondheid van hun gezin, hoe kan het dan zijn dat – met het stijgende aantal allergieën, ADHD-kinderen, dolende tieners, burnouts en depressies – er in een doorsnee vrouwenblad geen kritische vragen worden gesteld over de toegenomen competitiedrang in bedrijven, het absurde van onze wereldeconomie of het op z’n minst bedenkelijke van invloedrijke, bijna-monopolistische bedrijven die over onze voeding beschikken? Waarom willen vrouwen (want zij bemannen vrouwenbladen) andere vrouwen zo graag laten geloven dat hun voornaamste zorg nog steeds de omvang van hun billen is, of de kleur van hun gordijnen?

Ik geloof niet dat vrouwen niet geïnteresseerd zijn in de maatschappij. Ik geloof niet dat vrouwen onbewogen blijven bij wat er aan de andere kant van hun voordeur gebeurt. Ik zie wel dat ze het zodanig druk hebben met de dubbele rol die ze zichzelf hebben aangemeten sinds de feministische bewegingen van de vorige eeuw, en dat ze zoveel verantwoordelijkheden op de rug genomen hebben, dat er echt niets meer bij kan. En dat ze daardoor niet eens durven kijken naar de chaos die zich vanaf hun voortuin opstapelt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terwijl ze vanbinnen stiekem kapot gaan aan het feit dat hun man thuiskomt met een burnout en hun kind de ene allergie na de andere opstapelt. Want hoe geëmancipeerd ze ook is (lees: hoe ‘mannelijk’ ze ook is geworden), een vrouw kan haar wezenlijke natuur niet verraden en diep vanbinnen voelt ze, wéét ze, dat zij ergens (op zijn minst mee-) verantwoordelijk is voor het welzijn van al wie haar omringt. En dat zij als geen ander te waken heeft over het evenwicht van het grotere geheel. Als er iets mis is in de clan, dan heeft zij het al lang gevoeld. Nog voor de brokken vallen.

Ook al zegt haar denken het omgekeerde, ook al houdt ze als postmodernistische vrouw zogezegd niet van rolverdeling, toch weet ze aan de innerlijke spanning in haar lijf – die er is maar die ze nauwelijks durft te voelen – dat ze zichzelf kwalijk neemt dat ze haar zorgdomeinen heeft afgestaan.

Niet alleen in huis – aan crèches en poetshulp en aan thuishalen.be. Maar ook buitenshuis – aan een genadeloze industrie.

 

 

En net zoals ze zich onrustig kan voelen wanneer haar huis – uit drukte, uithuizigheid en tijdtekort – verworden is tot een betere versie van villa kakelbont, net zo voelt ze in haar lijf de ingehouden stress omdat de planeet haar kinderen en toekomstige kleinkinderen niet meer zal kunnen beschermen en voeden, zoals het een goede thuis betaamt.

 

Vrouwen zijn sensitieve wezens. Vrouwen hebben voelsprieten om het geheel te overzien. Vrouwen weten, nog voor hun verstand heeft begrepen waarom. Alleen hebben vrouwen dit krachtige en zo belangrijke vermogen de kop ingedrukt, om te beantwoorden aan een eenzijdige, noem het meer ‘mannelijke’ manier van zijn: rationeel, doelgericht, assertief, competitief, gericht op groei, ontwikkeling, vooruitgang, kennis… Het ik-gevoel boven de groep. Het deel boven het geheel. 

Natuurlijk hebben vrouwen net zo goed als mannen een geniaal brein, een stevige dosis wilskracht, een verlangen naar duidelijkheid, een assertieve kant en een gezonde dosis daadkracht. En natuurlijk zijn er ook mannen die opkomen voor zorg, die zich inspannen voor het milieu, die holistisch denken en ruimte maken voor de emotionele en intuïtieve kant van het bestaan. Maar in maatschappelijke gegevens blijken ze vaak niet – en met de crisis steeds minder – doorslaggevend.

En waarom zouden we daarvan opkijken? Hoe willen we dat mannen opkomen voor vrouwelijke waarden in de maatschappij, als zelfs vrouwen het nauwelijks doen?

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom is het zo zoeken naar vrouwen in leidinggevende rollen? Zou het kunnen dat veel vrouwen diep vanbinnen geen zin hebben om die taken op zich te nemen, omdat ze – draai het of keer het – toch op een mannelijke manier ingevuld zullen moeten worden? Zou het kunnen dat vrouwen wéten – of ergens onbewust voelen – dat ze zichzelf door deze eenzijdige rol in feite ontkrachten?

 

Zou het kunnen dat zich in de vrouwelijke onderbuik een onrustige deining aan het opstapelen is? Een deining van ongenoegen en frustratie, van kwaadheid en verontwaardiging, omdat de wereld haar – en zij zichzelf – het zwijgen opgelegd heeft en haar belet haar talenten in te zetten waar ze werkelijk goed in is?

 

Hoe willen we dat mannen opkomen voor vrouwelijke waarden in de maatschappij,
als zelfs vrouwen het nauwelijks doen?

Begrijp me niet verkeerd, ik wil vrouwen niet terug aan de haard. Ik ben dankbaar dat hele generaties vrouwen gevochten hebben om hun mannelijke kant aan de praat te krijgen en de wereld duidelijk te maken dat vrouwen ook een linkerhersenhelft hebben. En in sommige gevallen is die strijd nog nodig. Ik wil dus zeker niet dat vrouwen hun verworven ‘mannelijke’ eigenschappen aan de haak hangen. En ik denk nog minder dat de maatschappelijke wereld alleen mannelijk terrein is.

 

Ik geloof juist dat het tijd wordt dat vrouwen hun rol in de wereld gaan neerzetten – met de assertiviteit, de daadkracht, het zelfvertrouwen en de kennis die ze zich in de loop van vorige eeuw op bredere schaal hebben mogen eigen maken. Maar wel ‘als vrouw’. Gedreven door wat ze vanbinnen werkelijk voelen, denken, en weten. Niet zoals de huidige wereld van hen verwacht dat ze het doen.

 

En ik geloof dat ze pas dan, samen met mannen, echt vruchtbaar werk zullen kunnen neerzetten.

 

Want dat is waar het uiteindelijk om zal gaan in de (hopelijk nabije) toekomst: samenwerking. Een vernieuwde samenwerking tussen mannen en vrouwen. Vanuit een vrijheid om zowel als man, als als vrouw, een combinatie van mannelijke als vrouwelijke eigenschappen neer te zetten. Zowel kracht als kwetsbaarheid, zowel ratio als gevoel, zowel groei als behoud, zowel kennis als intuïtief weten. Niet het één ondergeschikt aan het ander, maar evenwaardig. Omdat geen enkele samenleving kan blijven bestaan, als er wat dat betreft geen evenwicht is. In beide seksen. En in de maatschappij.

 

Alleen hebben veel vrouwen die een publieke rol spelen in de wereld, zich geconformeerd aan een redelijk harde, eenzijdige manier van ‘zijn’. Mannen ook, overigens, en dat is een eigen verhaal waar ik me op gepaste tijd ook heel graag over wil buigen. Maar op dit moment lijkt me een inhaalmanoeuver bij vrouwen zelf aan de orde.

 

Vandaar mijn oproep...

 

Ik wil weten wat er wérkelijk leeft in vrouwen anno 2015.

 

Ik wil weten in hoeverre ze van zichzelf – en van mensen rondom hen –
nog vrouw mogen zijn.

 

Ik wil weten of ze blij zijn met de rol die ze zichzelf doorheen de emancipatie aangemeten hebben.

 

Ik wil weten wat ze willen gaan doen met de mannelijke kanten, zoals assertiviteit, daadkracht en rationaliteit, die ze in zichzelf ontwikkeld hebben.

 

Ik wil weten wat – na de these en de antithese – in de vrouwelijke emancipatie
nu de synthese is.

 

Ik wil weten welke gevoelens, gedachten, topics vrouwen stiekem in een blinde hoek duwen, omdat ze weten wat er in hen zal ontwaken als ze ernaar gaan kijken.

 

Ik wil weten wat hen beweegt, meer nog, wat hen kwaad maakt, als ze zien wat er in de maatschappij gebeurt.

 

Ik wil weten wat zij weten. Gewoon weten –
ook al staat het niet in tabellen of in een statistiek.

 

Ik wil horen wat hun gezond verstand zegt. En hun hart.

 

Ik wil horen wat zij nodig hebben, maar eigenlijk niet durven opeisen.

 

Ik wil horen hoe zij de maatschappij zouden zien, als zij het voor het zeggen hadden.

 

Ik wil horen wat ze werkelijk te zeggen hebben, als ze eindelijk durven horen wat ze diep vanbinnen denken, als ze eindelijk durven spreken.

 

Ik wil horen wat hun plannen zijn, als ze zich de tijd getroosten om te dromen.

Waar hun passie ligt. Hun geniale invallen. Hun simpele oplossingen voor schijnbaar complexe zaken.

 

Ik wil horen wat zij diep vanbinnen voelen dat de wereld kan (of zou kunnen) redden.

 

Ik wil verzamelen wat in de zielenroerselen en de buikdeiningen, in de hartritmestoornissen en de hersenkronkels van de vrouw, eigenlijk al lang
gezegd wil worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik wil alle vrouwen horen. Jonge vrouwen en oude vrouwen. Visionaire vrouwen en conservatieve vrouwen. Wetenschapsters en creatievelingen. Vrouwen van het hoofd en vrouwen van de buik.

Ik wil vrouwen weer een stem geven. Eén stem, ondanks de vele variaties. Want een vrouw spreekt pas echt met kracht als ze zich gedragen voelt door vele andere vrouwen, als ze de wereld als één wezen kan toespreken. Een vrouw is op haar sterkst als de concurrentie en onderlinge ondermijning wegvalt en eindelijk – eindelijk – de samenwerking kan beginnen.