Vrouwen dragen in wezen een gigantische kracht. En toch voelen ze ze vaak niet. Integendeel, ze gaan eerder gebukt onder een gevoel van onzekerheid, twijfel, de overtuiging alles perfect te moeten doen… Hoe vinden ze toch die oerkracht in zich terug? Om hierop antwoord te vinden, moet ik bij een oervrouw zijn, dacht ik. En zo plofte ik in de zetel van een soort clanmoeder (ja, ze bestaan nog). Ria Beyens, oprichtster van VrouwenBron vzw, was haar hele loopbaan vroedvrouw en kent als geen ander de vrouwelijke mysteries. Zo wrikt ze voor ons (postmodernistische vrouwen) enkele taboes open (ouch...).

RIA BEYENS

OVER DE IMPACT DIE VROUWEN ZOUDEN KUNNEN HEBBEN

OP ONZE SAMENLEVING

 

"Waarom vrouwen hun echte kracht niet willen zien? 

Omdat ze weten welke verantwoordelijkheid ermee gepaard gaat. Dat schrikt hen af. Oh, nee, nóg iets erbij, of wat?!

Vrouwen komen in de media weer feller op voor hun rechten, ze zeggen foert aan strenge schoonheidsnormen, ze komen op voor hun lichaam met striemen, voor hun iets te ronde lijf… Een vrouw mag weer een vrouw zijn. Een mooie beweging. Vrouwen hebben zich lang in hun emancipatiestrijd willen gelijkstellen aan mannen. Maar is dit wel een realistische betrachting? Zitten we biologisch niet anders in elkaar?

Ria Beyens: “Als vrouwen zitten wij wel degelijk anders in elkaar dan mannen. Natuurlijk zijn er veel gelijkenissen, en toch zijn we tot in het diepst van onze cellen verschillend. Daar wordt te weinig aandacht aan gegeven.”

 

Waarin verschillen we dan?

“Bijvoorbeeld op het gebied van het zenuwstelsel. Wij hebben een andere bedrading in onze hersenen. Wij hebben een andere bedrading in ons bekken, ons hormonaal stelsel werkt anders. Ook de koppeling tussen onze seksuele organen en ons hoofd is sterker dan bij een man. Er gebeurt tegenwoordig bijvoorbeeld veel onderzoek naar het hormoon oxytocine, een gigantisch belangrijk hormoon dat aanzet tot verbinding. Dat wordt ook door mannen aangemaakt, maar meer en intenser door vrouwen.”

“Wetenschappelijk onderzoek gaat vaak over het mannelijke blanke ras. Wat vrouwen voor zichzelf nodig hebben aan informatie, moeten ze zelf onderzoeken.”

Is onze wetenschap op mannen gericht?

“Ja. Onderzoek gaat vaak over ‘het mannelijke blanke ras’. De blanke man onderzoekt voor hem relevante dingen. Vrouwen moeten hun eigen terrein zelf onderzoeken. Onze maatschappij geeft je die informatie niet. Er zijn boeken, vooral Engelse, maar die enkel in nichekringen gelezen worden. Vrouwelijke aspecten van onderzoek worden nog niet algemeen erkend.

Neem bijvoorbeeld stress. We weten dat er bij stress drie mogelijke reacties zijn: vechten, vluchten en bevriezen. Vooral over de eerste twee wordt vaak gesproken: fight or flight. Maar er is nog een andere manier om met stress om te gaan die meestal niet vernoemd wordt, en die komt vooral bij vrouwen voor: tend and befriend. Je verbinden met. Ook dat is vaak een oplossing voor zware stress-situaties.

Natuurlijk zal een vrouw bij brand ook vluchten of als een leeuwin haar kind uit de vlammen halen. Maar ook verbinden is een belangrijke oplossing en die nemen we niet vaak in beschouwing. Mannen en vrouwen hebben dus een gelijke basis, maar we hebben ook heel veel verschillen. Het is belangrijk om daarnaar te kijken.”

Vrouwen zijn er zelf ook niet zo mee bezig, lijkt wel. Kennen vrouwen hun eigen biologie, hun eigen lichaam voldoende?

“Mannen zien hun seksuele organen elke dag. Vrouwen niet, want ze zitten in het lichaam. Onze eierstokken, onze baarmoeder, onze baarmoedermond… Hoe die eruitzien, weten we meestal niet. Vrouwen hebben bijvoorbeeld soms schrik hun tampon inwendig kwijt te geraken. Als je weet hoe een baarmoeder ineensteekt, dan weet je dat dat niet kan. Ook over de grootte van de baarmoeder schrikken vrouwen vaak.”

 

Stellen vrouwen zich te weinig vragen over zichzelf?

“Ja, omdat we op gigantisch veel terreinen zijn opgevoed in dat mannelijke blanke beeld. Geschiedenis is nooit geschreven vanuit het vrouwelijke. Wij kennen heel weinig vrouwelijke filosofen, kunstenaressen… terwijl die er wel waren. Alleen zijn ze niet geregistreerd, ze zijn verzwegen in de grote geschiedenis. Vrouwen beseffen niet hoezeer zij in het geschiedenisbeeld ontbreken. En de moderne vrouw heeft het een beetje misplaatste gevoel ‘dat we bijgebeend zijn en dat er dus geen probleem is’. Maar er is wel degelijk een groot probleem.”

“Vrouwen beseffen niet hoezeer zij in het geschiedenisbeeld ontbreken.”

In welke zin?

“Elke stap die we gezet hebben in de herwaardering van de vrouw is van groot belang geweest. Maar op een bepaald moment is er een soort kramp gekomen om zoveel mogelijk aan de man gelijk te zijn en hebben we onze biologie proberen te verloochenen. Maar het voordeel – en voor sommigen misschien het nadeel – is dat je daar niet naast kunt: dat biologische verschil is er.

We hadden vroeger in de geschiedenis meer contact met onze biologie. Dat is ons ook ontnomen. Alles wat met het vrouwelijke, en het vrouwelijke lichaam, te maken had, onze baarmoeder, ons bloed, werd ook vervloekt. Alleen de zachte moederlijkheid mocht blijven. Maar tegelijk is dat ideaal op zo’n piëdestal gezet, dat het niet bereikbaar is. Het maakt dat je wil beantwoorden aan een onmogelijk ideaalbeeld.

Komt daarbij dat een ander aspect van de vrouw, het feit dat een vrouw heel kwaad en agressief kan worden – bijvoorbeeld als haar kinderen bedreigd zijn, of als er onrecht is, eigenlijk als haar clan of de nog grotere gemeenschap bedreigd wordt – er niet mag zijn. Vrouwelijke verontwaardiging en kwaadheid wordt als negatief gepercipieerd, niet als een intrinsiek deel van vrouw-zijn.

In oudere tijden en meer landelijke gebieden werd bepaalde kennis nog als iets vanzelfsprekends van moeder op dochter doorgegeven: vrouwen wisten bijvoorbeeld welke kruiden ze in welke situatie moesten gebruiken,… Dingen die te maken hadden met moederschap, kinderen, voeding, gezondheid…”

Zijn er periodes geweest waarin de vrouw meer aanzien had?

“In matriarchale samenlevingen (officieel  m.a.w. volgens door het patriarchaat bepaalde definities  wordt niet erkend dat er ooit 'matriarchale' samenlevingsvormen zijn geweest, maar Ria verwijst naar sociologische boeken waarin 'matrifocale' samenlevingsvormen onderzocht worden, nvdr) worden vrouwen gezien als diegenen die het best kunnen aanvoelen wat de gemeenschap nodig heeft. Een sleutel daartoe was – en is – onze maandstondentijd, omdat dat een periode is waarin we heel diep en sterk kunnen verbinden, met alles en iedereen. Dat is hormonaal ook zo. Dat is in vele culturen een erkend fenomeen. Toen de vrouwen zich terugtrokken in maantenten, namen de vrouwen mee wat er in de gemeenschap niet goed liep, problemen die zich stelden tussen mensen onderling of in het grotere geheel. Ze praatten erover, ze droomden erover, ze werkten ermee, en ze kwamen er weer uit met een oplossing. Dat gaf een nieuwe impuls – die sowieso eigen is aan het gegeven van ‘een nieuwe cyclus’.

Dit vermogen geeft vrouwen op zich geen machtspositie, maar een heel zorgende, dragende positie. Hun specifieke bijdrage aan de maatschappij als hoedsters van het grotere geheel werd in deze samenlevingen erkend.

“Het beeld van ‘de vrouw’ is heel stereotiep. Vrouwelijke verontwaardiging en kwaadheid, bijvoorbeeld, wordt als negatief gepercipieerd, niet als een intrinsiek deel van vrouw-zijn.” 

“De vrouwelijke cyclus heeft een inwaartse en uitwaartse energie. Als je die beweging kunt meenemen in een maatschappij, krijg je duurzaamheid.”

De cyclus geeft vrouwen een bijzondere waarde waar we ons totaal niet meer bewust van zijn?

“De vrouwelijke cyclus heeft een inwaartse en uitwaartse energie. Als je die beweging kunt meenemen in een maatschappij, krijg je duurzaamheid. Als je op deze basis een economie kunt creëren, dan krijg je geen eeuwige groei, zoals wat we nu doen – en wat niet houdbaar is. Er moet op een gegeven moment altijd weer een terugplooiing en herbronning zijn. Evaluatie, rust, om weer verder te kunnen. Dat cyclische is in een notendop wat vrouwen aan de maatschappij en de wereld kunnen schenken. Op dit moment lopen we daar gigantisch en op alle mogelijke manieren aan voorbij. Vrouwen hebben een uitzonderlijke verbinding met het grotere geheel en het leven op zich. Eigenlijk zijn we levende metaforen van hoe het leven in elkaar zit. Het leven gaat op en neer, in cycli, en wij leven dat. In ons lichaam. Wij moéten dat leven, willen of niet. Maar veel vrouwen willen dat niet meer. Ze nemen de pil, en ze nemen die zelfs door om zelfs geen nepmenstruatie te krijgen. Als je nooit bent ingewijd in wat die vrouwelijke kracht voor je betekent en wat dat voor een maatschappij kan betekenen, dan zijn je maandstonden en je hormonale cyclus alleen een vervelend iets dat je belet om zoals een man steeds maar rechtdoor te gaan, en alleen maar te groeien en te stijgen… De meeste vrouwen zien hun vrouwelijkheid als iets wat hen tegenhoudt, niet als een meerwaarde.”

“De meeste vrouwen zien hun vrouwelijkheid als iets wat hen tegenhoudt, niet als een meerwaarde."

 

Hoe zou dat komen?

“Eén van de grote redenen waarom ze proberen het niet te zien – denk ik – is dat vrouwen diep vanbinnen beseffen hoe groot de verantwoordelijkheid is die met die kennis samenhangt. Dat schrikt enorm af.

Als we volledig zouden beseffen dat wij en onze cyclus, gekoppeld aan de natuurlijke maancyclus, de spil zouden kunnen worden van een maatschappij, dan zie je vrouwen schrikken van: onee, zeg, nog iets erbij of wat?! Met de workload die vrouwen nu al hebben, is dat bijna een ondraaglijk idee.

Ook qua voeding willen de meeste vrouwen het simpel houden. Want de idee dat je zelf actief bijdraagt aan het verloederen van de omgeving en de gezondheid van je achterkleinkinderen, is te zwaar om bij stil te staan. Ook door het gevoel van machteloosheid dat je daarbij krijgt. Er kan bij de meeste vrouwen echt niets meer bij, bovendien zien ze ook niet wat ze eraan zouden kunnen doen.”

Vrouwen kampen al snel met een groot schuldgevoel.

“Daar heeft onze christelijke opvoeding niet echt bij geholpen. We zijn opgevoed met het verhaal van Adam en Eva en de vrouwen krijgen de schuld voor de hele erfzonde op zich geschoven. Natuurlijk zijn we daar als moderne vrouw niet mee bezig, maar we dragen dat onbewust mee. Dat gekoppeld aan het typische vrouwelijke verlangen om goed te doen voor iedereen, is een bijna ondraaglijke cocktail. Logisch dat vrouwen hier liever niét over nadenken.”

 

Wat kan dan een eerste stap zijn om toch tot meer besef te komen?

Ik denk dat het belangrijk is dat vrouwen weer beginnen samen te komen, zodat ze op een eenvoudige, veilige manier weer dingen met elkaar kunnen delen. Dat ze zich kunnen voeden aan vrouwenverhalen, die van hen of van anderen.”

“Vrouwen zitten met een overload, er kan

qua verantwoordelijkheid écht niets meer bij."

Op welke manier kan biologische kennis ons meer besef brengen over wat onze vrouwelijke kracht is?

“Een duidelijk beeld is dat van de bevruchte eicel. Die is omgeven door voedstercellen. De celkern is de versmelting van de eicel en de zaadcel, maar het is duidelijk zichtbaar dat die kern omvat zit in puur vrouwelijk materiaal, in vrouwelijke voeding. De mitochondriën die in dat cytoplasma zitten, draagt de vrouw al duizenden jaren, het is hetzelfde materiaal dat haar voor-voormoeder in de ijstijden in zich droeg. De man draagt mitochondriën van zijn moeder in zich. Hij geeft ze niet door. Het wordt doorgegeven via de vrouwelijke lijn. De mitochondriën hebben een ander DNA dan ons celkern-DNA.”

 

Wat kun je daaruit afleiden?

“De celstructuur geeft voor mij aan dat het leven maar kan ontstaan doordat die omhuld is in vrouwelijkheid. De mannelijke en vrouwelijke celkern zijn omvat door vrouwelijk materiaal. Dat is ook het beeld dat je in een aantal Romeinse beelden ziet: hoe een moeder het mannelijke én het vrouwelijke zoogt. Zij vertegenwoordigt de oermoeder.” 

“We voelen ons vaak bedrogen door onze cyclus, onze

hormonen, terwijl daar in feite juist onze kracht zit."

 

Wat zijn voor jou oervrouwelijke eigenschappen?

“Het dragende aspect. Het altijd welkom zijn. Het gevoed worden. Maar ook het mogen roepen, mogen kwaad zijn, mogen lachen, huilen… alle aspecten van het leven mogen zijn. Ook het ondersteunen van het veranderlijke. Vrouwen en mannen hebben toegang tot dezelfde eigenschappen, maar door de biologie hebben vrouwen meer toegang tot het intuïtieve, kunnen ze makkelijker verbinding maken, ook met extase bijvoorbeeld, door de intense bezenuwing van heel hun systeem…”

 

Herken je dit nog in het ideaalbeeld van de huidige vrouw?

“Vrouwen zetten zich een ideaalbeeld voor van enerzijds de zorgende vrouw, anderzijds de blije, krachtige, naar buiten gerichte vrouw. Ze proberen dat te zijn. Maar vroeg of laat worden vrouwen geconfronteerd met zaken die ze niét goed vinden gaan. En dan zie je toch vaak dat zij als eersten aan de alarmbel trekken, in hun relatie, op school, op het werk – ook al proberen ze zich op het werk vaak erg te comformeren. Maar het zijn vaak vrouwen die als eersten stappen naar de schooldirectie, naar de relatietherapeut, of iets proberen te doen aan een scheefgetrokken situatie. Ze merken dat er dingen niet goed gaan en ze reageren.”

Op zich een krachtige eigenschap, toch?

“Ja, alleen voelen vrouwen zich op zo’n momenten vaak bedrogen door hun cyclus. Want juist door hun gevoeligheid voor of tijdens hun menstruatie gaan ze beslissen om kwaad te worden, grenzen te trekken, stappen te ondernemen… Voelen ze zich vijf dagen later rustiger, gaan ze twijfelen: had ik dit nu wel moeten doen? Kwam het niet gewoon door mijn hormonen? We ervaren die wisselvalligheid als een lastig iets, in plaats van als een kracht. Want het is juist dankzij die gevoeligheid dat we kunnen ervaren – vaak vóór anderen – dat er dingen aan het misgaan zijn, uit evenwicht raken, aangepakt moéten worden. Inzichten die veel onheil in de toekomst kunnen voorkomen.”

 

Hoe kun je dichter bij dat besef komen in jezelf?

“Langs de ene kant is diepe ontspanning, een diepe ademhaling, een mooie manier om in dat vrouwelijk lichaamsbewustzijn te belanden. Anderzijds, als je dat doet, en met je aandacht naar je bekken zakt, maak je ook de verhalen wakker die daar opgeslagen zitten. Onbewuste verhalen waar pijn en verdriet op kan zitten. Alleen daardoor al kan de beweging van naar binnen gaan stress teweegbrengen. Veel mensen zeggen ook: ik wil er niet te veel bij stilstaan. Vaak gaan mensen pas stilstaan als het echt moét, wanneer ze bijvoorbeeld ziek worden.” 

Is er dan geen plezante manier om weer aan te sluiten bij dat oervrouwelijke?

“Het is altijd en-en. Wil je je verbinden met het oervrouwelijke, dan kan het niet anders dat je – al is het maar even – weer in contact komt met pijn. Anders ga je voorbij aan de kracht die vervat zit in de cyclus. De cyclus geeft aan dat je kunt bloeden, maar je blijft niet bloeden. Alles is tijdelijk. Een vrouw weet dat, ervaart dat aan den lijve. Ook een bevalling toont dit: het doet pijn, maar daarna vergeet je het weer. Je krijgt ook fysiek ondersteuning, door de nodige hormonen. Je lichaam geeft ook aan: je hebt lang genoeg pijn gehad, nu krijg je verlichting. Op die manier leren vrouwen omgaan met moeilijke momenten, met crisis. Zij hebben die draagkracht. Ze weten dat er na een winter weer een lente komt.

Je maandstonden duren maar enkele dagen en dan ga je weer op. Niets blijft eeuwig duren en als iets niet af is, krijg je telkens weer een kans om het te verwerken, te verdiepen. Ook pijnen in jezelf kun je beetje bij beetje helen. Zo kun je stukje bij beetje het vrouwelijke, maar ook de hele maatschappij, helen. Die kracht hebben we in deze tijden juist heel erg nodig. Bij vrouwen én mannen.

Doordat vrouwen de toegang tot die kracht zijn verloren, zijn mannen die toegang ook kwijtgeraakt. Als vrouwen die kracht weer gaan leven, straalt dat door naar mannen toe en kunnen zij ook veel makkelijker aan die transformatiekracht aan, die zij minder aan den lijve ervaren. Het zou mooi zijn als we onszelf én onze mannen dit weer zouden kunnen schenken.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer info: www.vrouwenbron.be 

 

Tekst: Anne Wislez

“Vrouwen hebben die draagkracht om om te gaan met moeilijke momenten, met crisis. Zij weten dat er na een winter weer een lente komt.”

“Juist door hun (hormonale) gevoeligheid kunnen vrouwen, nog voor anderen het zien, dingen opmerken die aan het misgaan zijn. Inzichten die veel onheil zouden kunnen voorkomen. In vele culturen werd die hoedende rol van vrouwen erkend."