Staken of niet, that's the question

Staken of niet, that's the question

Staken of niet staken… that’s the million dollar question. Ik staak niet, neem ik waar. Niet omdat ik het niet eens kan zijn met bepaalde beweegredenen van stakers (al lijkt me hier een allegaartje verzameld), maar meer omdat ik als zelfstandige mijn eigen baas ben en gewoon graag doe wat ik doe. En dan ben je eigenlijk nooit echt aan het werk. En dan staak je ook niet zo makkelijk. Want tegen wie staak je dan?

“De wereld valt uiteen in kampen. Terwijl we eigenlijk zelf een beetje in alle kampen thuishoren. En daarom vechten we in deze ook altijd een beetje tegen onszelf.”

Toch ben ik altijd blij als er beweging is in de maatschappij. We leven al zo vaak als makke schapen. Als er eens wat oproer is, wat verontwaardiging, een beetje stem die zegt ‘ik ben het hier niet mee eens’, voel ik mijn hart opspringen, alleen maar omdat het getuigt van leven. Van eigen mening. Beter woede dan onverschilligheid, of erger nog, depressie. Want depressie is geïmplodeerde woede. En daarvan hebben we al te veel in deze wereld.

Een beetje woede dus. Maar tegen wat en tegen wie? Het valt me op hoe in dit verhaal weer zoveel gepolariseerd wordt. Werkgevers versus werknemers. Armen versus rijken. Harde werkers versus profiteurs. Links versus rechts. De wereld valt uiteen in kampen. Terwijl we eigenlijk zelf een beetje in alle kampen thuishoren. En daarom vechten we in deze ook altijd een beetje tegen onszelf. Want we zijn allemaal rijker dan de meeste mensen op deze planeet, en toch hebben we nooit genoeg. We werken hard, maar genieten ook graag van sociale voordelen. We hekelen profiteurs, maar als het even kan, laten we een profijt ook niet aan onze eigen neus voorbij gaan. We vinden anderen zwak, maar als we zelf een tegenslag meemaken, schreeuwen we moord en brand. We zijn kwaad op de baas omdat hij ons uitbuit, maar we zijn ook kwaad als hij ons geen werk meer geeft. We zetten dan maar ons eigen zaakje op en vloeken als de winst uitblijft. We willen dat de politici veranderen, zolang er in ons leven maar niets verandert.

Wie is de werkgever die je bestrijdt? Wie is de profiteur waar je tegen protesteert? Wie is die rijke die je schandalig rijk vindt…?

We zijn beide polen. We dragen links en rechts in ons. We zijn yin en we zijn yang. Streng en rechtvaardig. Rationeel en humaan. Eigengereid en solidair. Ondernemend en volgend. Marketeers trekken er al langer hun haren van uit hun hoofd: we zijn niet meer in vakjes te krijgen. Laat staan in twee kampen. De tijd van polarisering loopt op zijn einde, krijgt in de doodsstrijd nog een laatste ferme stuiptrekking. De toekomst is aan synthese, waar tegenstellingen overstegen worden in een nieuw gemeenschappelijk doel. Een toekomst waar we allemaal mee verantwoordelijk voor zijn.

Verantwoordelijkheid lijkt me dan ook een sleutelwoord op dit moment. Dit is een tijd die ons uitdaagt om onszelf in de spiegel te kijken en te evalueren. Het kind in ons, dat graag ontvangt, dat graag gepamperd wordt en bepaalde moederlijke zorgstructuren vanzelfsprekend vindt, wordt door een autoritaire vader aan de deur gezet om volwassen te worden. Die adolescent in ons heeft zich te bezinnen: waar is zorg afhankelijkheid geworden? Ga ik wachten tot een ander me helpt, of ga ik me zelf behelpen? Waar kan eigen verantwoordelijkheid en daadkracht mijzelf en de mensen rondom mij verder brengen? Hoe kan IK er zelf voor zorgen dat mijn en ons leven lollig wordt?

(vervolg onder de comment-balk, die hier niet had moeten staan, maar die een verdomd eigen willetje heeft...)

Door de harde hand zijn we – bijna in rebellie – genoodzaakt in onszelf te gaan graven naar het vuur en de creativiteit die nodig zijn om het leven te construeren dat we zelf willen. In plaats van onze vader te bestrijden en onze moeder om zorg te bedelen, trekken we de wereld in en bouwen we eigenzinnig ons leven op, volgens de wetten en normen die onze toekomst dienen. Om dan te gaan samenwerken met anderen die hetzelfde doen en zo een nieuwe vorm van solidariteit terug te vinden. Geen solidariteit vanuit medelijden en afhankelijkheid, maar vanuit daadkracht en een verlangen naar samenwerking. Niet: zij zorgen voor ons, maar wij zorgen voor ons. En iedereen draagt naar beste vermogen bij.

En wanneer die bekrachtigde individuen hun lot in eigen handen nemen en daar zelfs wel bij varen, zal ook de ouder wordende patriarch worden uitgedaagd tot zelfreflectie: waar is mijn macht arrogantie geworden? Hoe word ik weer geloofwaardig in de ogen van mijn zoon? Op welke manier heeft mijn houding me hard gemaakt en geïsoleerd van de clan? Wat wordt er van me als ik, met het voorbijstrijken van de jaren, zelf ook wat zorg kan gebruiken? Waar vind ik de solidariteit die ik zelf bestreden heb?

Het zou mooi zijn als de kampen zich terugtrokken, niet om de volgende aanval te beramen, maar om zich te bezinnen over de eigen werking. Hoe is het zover kunnen komen dat we in dit conflict beland zijn en waar ligt in deze mijn stuk verantwoordelijkheid? Waar kan afhankelijkheid omgezet worden in zelfbekrachtiging? En waar arrogantie in dienend leiderschap? Hoe kunnen deze eigenschappen samenkomen in een nieuwe vorm? The best of both worlds: verantwoorde individuen die samen aan een humane samenleving bouwen.

Hm, misschien is dat vanavond wel the million dollar question.

Featured Posts
Recent Posts